Achter het station in Goes ligt een bijzonder museum: het ‘Rijdende Museum’.
Tijdens een ritje in een van de treinen van de Stoomtrein Goes-Borsele beleef je een nostalgische reis door de zak van Zuid-Beveland. In het museum zijn, op twee vaste werknemers na, alleen maar vrijwilligers aan het werk. Onder de grote groep van ruim tweehonderd vrijwilligers is een grote hoeveelheid kennis aanwezig. Zo heeft iedere groep zijn eigen taak: van het onderhouden en repareren van de treinen tot aan het kaartjes knippen van de reizigers.

Veelzijdig museum

De Stoomtrein Goes-Borsele is een veelzijdig Museum, vertelt Martin. Zo bezit het museum verschillende gebouwen, een groot aantal treinen, maar is het ook grootgrondbezitter van een spoorlijn van wel zestien kilometer lang. Deze spoorlijn moet wel voldoen aan richtlijnen en moet daarom goed onderhouden worden. Zo is er een groep vrijwilligers die regelmatig het spoor opgaat om het treinspoor in zo’n goed mogelijke staat te houden.

Het museumgebouw zelf is ook een expositie en stond er al in 1927, maar is wel flink gerenoveerd. Door het gebouw heen is een looproute uitgestippeld die de bezoekers kunnen volgen en zo een kijkje op de werkvloer kunnen nemen.

Het ‘bietenlijntje’

Spoorlijn stopte vroeger in Goes (1868) maar is later doorgetrokken naar Vlissingen (1873). Vanuit daar was een belangrijke bootverbinding naar Engeland. Martin vertelt dat de hoofdspoorlijn van Roosendaal naar Vlissingen loopt, in 1927 is er een aftakking bij Goes gemaakt die helemaal rond ging door o.a. Baarland, ’s Heer-Arendskerke, Ellewoutsdijk en Borsele. Er werden destijds bieten, aardappelen en andere producten die van het land kwamen vervoerd over het ‘Bietenlijntje’.

Close-up van een zwart bankje waarop staat: S.G.B. Goes-Holland

“Zonder de spoorlijn tussen Bergen op Zoom en Zeeland was de zak van Zuid-Beveland nooit zo’n agrarisch gebied geweest als nu. Zeeland is tegenwoordig goed te bereiken, maar voordat de spoorlijn aanwezig was, moest je met de boot vanaf Bergen op Zoom naar Zeeland toe”, vertelt Martin. “De Zeeuwse spoorwegen worden af en toe best een beetje vergeten. Zonder de spoorlijn hadden alle Zeeuwse boeren hun producten van het land nooit kwijt gekund.”

Diverse groep vrijwilligers

Wat dit museum uniek maakt is de enorme groep vrijwilligers die een groot deel van hun vrije tijd besteedt aan het in stand houden van het museum en aan de beleving van de bezoekers van de stoomtrein.

Martin vertelt: “Ik ben 37 jaar en ik kom hier al 37 jaar omdat mijn ouders hier vrijwilliger waren. Op mijn veertiende heb ik gelukkig de goede keus gemaakt om hier ook als vrijwilliger aan de slag te gaan.” Tegenwoordig is Martin verantwoordelijk voor het organiseren van de evenementen, hiernaast is hij ook machinist. Hij vertelt dat er ook veel vrijwilligers zijn die door de week vrij nemen van hun fulltime baan om vrijwilligerswerk te doen bij de Stoomtrein.

Aad is nu vierenhalf jaar vrijwilliger bij de Stoomtrein, hij werkt bij het tussenstation in Hoedekenskerke. Toen hij van Barendrecht naar Wemeldinge verhuisde zag hij een vrijwilligersoproep bij de Stoomtrein. Deze sprak hem gelijk aan door zijn interesse in treinen die hij van jongs af aan heeft. Nu hij met pensioen is kan hij deze interesse weer nieuw leven in blazen!

Een van de conducteurs, en ook suppoost, van de Stoomtrein is vrijwilliger Kees. Kees is een echt mensen-mens en houdt van de interactie met de bezoekers tijdens het kaartjes knippen. Kees vertelt dat hij tijdens het lopen door de trein van alles vertelt over de coupé, de geschiedenis van de stoomtrein en de dingen die op de route te zien zijn. Ook roept hij de naderende stations om via de microfoon. “Wanneer er Zeeuwen in de trein zitten doe ik dat op z’n Zeeuws.” Interactie onder de bezoekers is wel gegarandeerd. “Kaartjes laat ik vaak knippen door de kinderen en dan zeg ik tegen ze over de volwassenen ‘hun kunnen dat niet hé’.” Hij vindt het fantastisch om grapjes te maken en de kinderen te vermaken.

“Het is leuk dat we zo’n grote groep vrijwilligers hebben die zo afwisselend is. De ene is technisch en kan misschien niet zo goed met mensen overweg als de ander. Door de combi van techneuten, medewerkers in het onderhoud, gastheren en gastvrouwen, houtbewerkers en nog veel meer kan de Stoomtrein Goes – Borsele voortbestaan”, vertelt Martin

Tijdens de treinrit is er altijd een machinist aanwezig, meestal twee stokers en drie conducteurs, inclusief een hoofdconducteur. Aad vertelt grinnikend: “Wanneer ik de stokers de trein uit zie komen, is hun witte overhemd helemaal zwart, ik vind het schitterend. Je kunt in ieder geval wel zien dat er gewerkt is!”

Interne opleidingen

Bij de stoomtrein worden ook interne opleidingen gegeven. Daarom zijn er ook vaak twee stokers aanwezig tijdens een rit, eentje om het vak te leren. Het zijn allemaal praktijkopleidingen. Eerst wordt er een schriftelijk examen afgelegd en dan mag je mee op de locomotief om het echte werk te leren. Dit traject duurt vaak twee jaar. Ook is het mogelijk om door te stromen, zo kan bijvoorbeeld een stoker doorstromen tot machinist. “Om te slagen voor de praktijkopleiding moet je echt een aantal handelingen laten zien en kunnen uitleggen. Een andere collega vrijwilliger legt deze toets af”, aldus Kees.

Voorheen was de stichting altijd een club die veel grip had op de jongeren, er was een goede combinatie van jongeren en ouderen. Tegenwoordig is dat minder en dat vinden de vrijwilligers jammer. Martin: “Voor bepaalde functies hebben we ook jongeren nodig om de toekomst van de Stoomtrein te waarborgen.”

“Wat we doen is vrijwillig, maar niet vrijblijvend”

Rooskleurige toekomst

De vrijwilligers van de Stoomtrein zien de toekomst rooskleurig tegemoet. Er liggen mooie plannen klaar en onlangs zijn er twee nieuwe motorwagens opgeleverd. Trots laten de vrijwilligers deze gloednieuwe motorwagens zien, waar meer dan tien jaar hard aan is gewerkt. De wagons zijn een replica van een oude passagierstrein uit 1927. De oorspronkelijke trein is er niet meer, daarom moesten de wagons volledig gebouwd worden aan de hand van oude tekeningen en foto’s.

Het voormalige RET-gebouw in Rotterdam, waar vroeger de trams werden gestald en gerepareerd, is afgebroken en naar het terrein van de Stoomtrein verhuisd. Voordat het gebouw in bezit was van de RET, was dit de fabriek van treinfabrikant Allan. Dit maakt het gebouw toch wel erg uniek. Martin vertelt dat een vrijwilliger lucht kreeg van de sloop van het gebouw. Deze heeft er toen alles aan gedaan om het gebouw naar Goes te laten komen en dat is gelukt! Het gebouw moet nog helemaal opgebouwd worden en alle onderdelen hebben eerst nog een likje verf nodig. Martin vergelijkt het museum met het Openluchtmuseum in Arnhem, waar ze ook gebouwen afbreken en vervolgens op het museumterrein weer opnieuw opbouwen om het niet verloren te laten gaan.

Alle treinstellen en onderdelen in bezit van het museum staan nu nog buiten opgesteld. De bedoeling is dat het museum in de toekomst voor een groot deel overdekt wordt, zodat alle treinen binnen gestald kunnen worden. “Naast de enorme kostenpost van dit project, kost dit ook nog eens enorm veel tijd. Wanneer het één af is, begint de volgende klus weer”, aldus Aad.

www.destoomtrein.nl