Een interview met: Joris Roosen en Herman Peters (voert al ruime tijd data in als vrijwilliger bij het briefhoofdenproject).
Interview door: Isabel Makkinje en Mijke Harst – van den Berg, van Huis voor de Kunsten Limburg

In januari 2026 is het boek ‘Maastrichtse briefhoofden. Getuigen van een stad in verandering (1840-1990)’ verschenen. Een eerste, voor het breder publiek zichtbaar, resultaat van het Limburgs briefhoofdenproject. Achter de schermen van Tracé – Limburgs Samenlevingsarchief, wordt al enkele jaren met passie gewerkt aan dit unieke project. Daarbij zijn de inzet en betrokkenheid van vrijwilligers onmisbaar. We vroegen Joris Roosen (hoofd onderzoek) naar de aanleiding voor het project en naar de rol van vrijwilligers voor dit project. Aan vrijwilliger Herman Peters vroegen we wat hem motiveert om als vrijwilliger een bijdrage te leveren aan dit specifieke project.

Een uniek project met een waardevolle collectie

Cover ‘Maastrichtse briefhoofden’

Cover ‘Maastrichtse briefhoofden’ – Foto: Maureen Nikkessen (Studio Done)

Met het Limburgse briefhoofdenproject wil Tracé een digitale collectie van alle historische Limburgse briefhoofden creëren die vrij toegankelijk is voor iedereen. In de collecties van Tracé en het Historisch Centrum Limburg (HCL) bevinden zich ruim 24.000 briefhoofden voor de periode 1850-1996. Op de vraag om kort toe te lichten wat een briefhoofd is, vertelt Joris dat een briefhoofd een gedrukt opschrift op zakelijk briefpapier is, bijvoorbeeld op facturen, met de adresgegevens van een bedrijf of instelling. Naast deze gegevens bevatten de briefhoofden vaak ook informatie over de bedrijfstak en de producten die werden vervaardigd. In sommige gevallen zijn ook industriegebouwen of winkels afgebeeld. Een fraai briefhoofd werd in de negentiende en in de eerste helft van de twintigste eeuw gezien als het ‘visitekaartje’ van een bedrijf.

Joris vervolgt zijn verhaal met de stand van zaken van het project. Alle briefhoofden uit de collectie van Tracé en het HCL zijn inmiddels gescand. Sinds het voorjaar van 2024 houdt een groep vrijwilligers zich bezig het beschrijven van deze briefhoofden in een dataset. Zodat ze voor iedereen doorzoekbaar worden. Medio 2025 werd een eerste belangrijke mijlpaal bereikt: alle briefhoofden uit de collectie van Tracé zijn digitaal beschreven in een centrale databank. Na het vastleggen van procedures voor het digitaliseren en beschrijven van de briefhoofden, is het de bedoeling om systematisch ook de briefhoofdencollecties van andere archiefinstellingen en privéverzamelaars in het project op te nemen.

Van onschatbare waarde

Joris legt uit dat vrijwilligers een enorme aanwinst zijn voor Tracé. De circa tien vrijwilligers die meewerken aan het briefhoofdenproject zijn van onschatbare waarde geweest bij het verwijderen van nietjes en paperclips en bij het scannen van alle brieven om digitalisering mogelijk te maken. Momenteel helpen de vrijwilligers met databases doorzoeken en bij het invoeren van beschrijvingen. Zij beschikken vaak over kennis van de lokale geschiedenis die Tracé zelf (nog) niet heeft. Joris geeft eerlijk aan dat Tracé dergelijke projecten niet zonder de inzet van vrijwilligers kan uitvoeren.

“Ze zijn vaak om van te genieten en ze zijn altijd anders. Dat maakt dit project ingewikkelder dan eerdere projecten, maar daardoor zeker ook interessant en afwisselend.”

 

Stilzitten, daar houdt Herman niet van

Vrijwilliger Herman Peters

Vrijwilliger Herman Peters – Foto: Huis voor de Kunsten Limburg

Herman is de nodige jaren met pensioen en maakt sinds die tijd deel uit van de vrijwilligersgemeenschap die Tracé heeft gevormd. Daarnaast is hij ook actief bij Heemkundevereniging Beek, bij de volleybalvereniging Nuth-Beekdaelen en heeft hij tijdens Corona bijgedragen aan Vele Handen. Kortom, hij is iemand die moeilijk kan stilzitten; dat heeft hij nooit gedaan. Vrijwilligerswerk brengt de voormalige docent aan de basisschool in Beek veel voldoening.

Herman vertelt dat hij ongeveer vier jaar geleden is benaderd om mee te werken aan het Limburgs briefhoofdenproject. Het archief wilde destijds beginnen met de briefhoofden uit zijn woonplaats Beek. Inmiddels weten we welk antwoord hij gaf. Herman vertelt bevlogen dat uit de verschillende briefhoofden veel informatie is af te leiden, “ze zijn vaak om van te genieten en ze zijn altijd anders. Dat maakt dit project ingewikkelder dan eerdere projecten, maar daardoor zeker ook interessant en afwisselend”. Hermans favoriete briefhoofd uit de collectie is dat van de voormalige Limburgs distilleerderij Hennekens uit Beek, bekend van de kruidenbitter Els La Vera (Ealske).

“Ik wil iets doen.”

 

Wat te doen na het briefhoofdenproject?

Het project heeft zeker nog een looptijd tot en met 2028, laat Joris weten. Er bevindt zich nog een groot aantal briefhoofden in de verschillende Limburgse archieven die nog moeten worden gescand en beschreven. De in januari verschenen publicatie over Maastrichtse briefhoofden is dan ook niet het eindproduct van het project. Historische Limburgse briefhoofden vormen uniek en waardevol onderzoeksmateriaal dat verdere verdieping en analyse verdient. Joris hoopt dan ook op een of meerdere academische onderzoeksprojecten.

Joris heeft Herman inmiddels al gepolst of hij wil meewerken met een volgend digitaliseringsproject van Tracé. Herman houdt niet van stilzitten “ik wil iets doen”. Daarmee weet Joris dat hij ook bij een volgend project weer kan rekenen op deze ervaren en gemotiveerde vrijwilliger!

Meer weten over het archief en het briefhoofdenproject?

Neem een kijkje op:

Het boek ‘Maastrichtse briefhoofden. Getuigen van een stad in verandering (1840-1990)’ verscheen in januari 2026 en is te koop via de webwinkel van Tracé: https://www.tracelimburg.nl/webshop


Met dank aan: Herman Peters en Joris Roosen